Direct naar inhoud

Cavia’s houden

Tam maken draait om vertrouwen, niet om forceren

Cavia’s zijn prooidieren. Een tamme cavia is vooral een cavia die jou vertrouwt en zich veilig genoeg voelt om contact toe te laten. Dat vraagt tijd, rust en herhaling.

Stappenplan om vertrouwen op te bouwen

Ga pas naar een volgende stap wanneer je cavia ontspannen genoeg blijft. Korte, positieve momenten werken beter dan lange sessies.

  1. 1

    Laat je cavia wennen aan je aanwezigheid

    Praat rustig in de buurt van het verblijf en beweeg voorspelbaar. Vermijd plotseling grijpen van bovenaf.

  2. 2

    Leg je hand rustig in het verblijf

    Laat je hand stil liggen en laat de cavia zelf kiezen of hij komt snuffelen. Niet najagen en niet afdwingen.

  3. 3

    Voer iets lekkers uit de hand

    Gebruik kleine stukjes geschikte groente. Zo leert je cavia dat jouw hand iets positiefs kan betekenen.

  4. 4

    Raak kort en voorzichtig aan

    Begin met korte aanrakingen op momenten dat je cavia ontspannen is. Stop liever te vroeg dan te laat.

  5. 5

    Oefen optillen alleen wanneer nodig

    Veel cavia’s vinden optillen spannend. Ondersteun het lichaam goed en houd sessies kort en veilig.

  6. 6

    Herhaal rustig

    Vertrouwen groeit door voorspelbaarheid. Een paar minuten per dag is vaak waardevoller dan af en toe een lange poging.

Cavia eet voorzichtig uit de hand

Wat helpt bij tam maken?

Deze gewoontes maken contact voorspelbaarder en minder spannend.

  • Benader je cavia rustig en praat zacht.
  • Laat je cavia zelf naar je hand komen.
  • Gebruik kleine beloningen, maar overvoer niet.
  • Houd oefenmomenten kort en positief.
  • Pak een cavia niet onverwacht van bovenaf.
  • Ondersteun altijd borst en achterlijf bij optillen.
  • Stop als je cavia duidelijk stress laat zien.

Lichaamstaal rustig lezen

Een ontspannen cavia beweegt nieuwsgierig, eet normaal en blijft bereikbaar voor contact. Een gespannen cavia kan verstijven, wegschieten, tanden klapperen of zich blijven verstoppen.

Zie je stress, maak de stap kleiner. Ga terug naar rustig aanwezig zijn, praten of voeren zonder aanraken. Zo blijft het contact positief.

Kinderen kunnen prima betrokken worden, maar altijd rustig en onder begeleiding. Laat hen vooral voeren, praten en observeren in plaats van steeds oppakken.